Communiceren doe je samen

Ontmoeten – luisteren – begrijpen – delen – verbinden


Een reactie plaatsen

Delen

We delen ons suf tegenwoordig. Spullen via Marktplaats, ideeën via Twitter of Yammer, nieuws via Facebook, fora en blogs, filmpjes via Youtube, interessante sites via Delicious, eten via Thuisafgehaald en ga zo maar door. Als kind was ik nooit zo delerig, misschien een gevolg van zes jaar alleen opgroeien. Mijn zusje maakte er echter na enkele jaren resoluut een einde aan. Zij deelde graag en veel. Vooral mijn spullen en al snel liet ik zelfs het huilen na, want helpen deed dat niet. Ik leerde dat delen twee kanten heeft en het leven heel wat leuker maakte. En eigenlijk is dat nog steeds zo.

Delen dus. Veel en vaak. Via sociale media haal je vrienden en kennissen dichtbij, waar en wanneer je maar wil. Je leest wanneer je vrienden een feestje hebben, wanneer  de buurvrouw examen doet, waar je collega morgen naar toe gaat en je geniet een beetje mee als de dochter van je vriendin een nieuw vriendje heeft. Je doet inspiratie op via tweeps die je volgt. Mensen die je vaak niet kent maar goede ideeën hebben. Of een fijne neus voor interessante nieuwtjes. Of lekkere recepten, mooie aanbiedingen en tips over nieuwe films, boeken en restaurants. Je vraagt aan volslagen onbekenden een tip voor een hotel in Parijs en vertelt aan wie het horen wil dat het nieuwste boek van Arthur Japin een aanrader is.

Thuisafgehaald.nl is het succes van koken voor de buurt. Mensen die graag koken en net zo graag delen  maken meerdere porties van hun avondeten klaar, zodat een razenddrukke marketingman van twee straten verder tegen een luttele paar euro een portie af kan komen halen.  Sites als gratisaftehalen.nl maken mooie tijden door. Steeds meer mensen die van hun spullen af willen begrijpen dat anderen hier blij mee zijn. In plaats van een enkeltje milieustraat krijgt de ladenkast van oma, de bank die te groot is voor de nieuwe kamer en de dozen uitgelezen boeken een tweede leven in een ander huis.

Steeds vaker lees je dat drukke carrièretypes maandenlang vrijwilligerswerk gaan doen in India, Engelse les geven in Afrika of met een vrachtwagen vol spullen koers zetten naar Roemenië. Jongeren die, net van school, eerst een paar maanden van hun gaan tijd gaan delen met anderen die het niet zo makkelijk hebben en helpen weeshuizen te bouwen of scholen op te knappen. Geldinzamelingsacties voor grote rampen, bijzondere ziekten of kinderen die in oorlogssituaties opgroeien zijn steeds weer een succes. We delen graag en veel van onze rijkdom.

Delen van spullen, geld en informatie. Het gaat steeds beter en gemakkelijker, met dank aan internet. Door informatie en kennis te delen weten we met z’n allen ook steeds meer en bereiken we anderen in alle uithoeken van de wereld. Delen is het nieuwe verzamelen en iedereen die deelt wordt hier blijer van. Het is zoiets als het geven van een cadeautje, altijd leuk en levert steeds weer blije gezichten op.

Ik wens iedereen voor 2013 dan ook een gelukkig, gezond en deelbaar jaar. Verspreid alle leuke nieuwtjes, goede tips, recepten en ideeën via Twitter, Facebook, Delicious.com, fora die interessant zijn, of wat je maar zelf wil. Deel, luister en communiceer. Zoek verbinding met de wereld om  je heen. Zo wordt deze steeds een beetje mooier.

Blog over kennis delen in organisaties
Blog over starten met sociale media in organisaties


Een reactie plaatsen

Hoe internet en sociale media je wereld groter en je werk leuker maken

Ruim 16 jaar geleden ‘kreeg’ ik een website toebedeeld. Ik was weliswaar totaal niet overtuigd van de noodzaak van dit cadeau van ICT (mensen willen toch liever een brochure..), maar bedacht dat ik er dan toch in elk geval wel zinnige informatie op moest zetten. Het duurde niet zo heel lang voordat ik door kreeg dat de site een handige, actuele aanvulling op de brochures was. In 1998 richtte ik een compleet nieuwe site in en nog twee jaar later kwam een reserveringsmodule, een evenementenpagina met database en een ‘printing on demand’ functionaliteit. Internet was definitief doorgebroken en zelfs ik was helemaal om. Anno nu zijn websites zoveel mogelijk interactief, wordt volop gebruik gemaakt van sociale media en is het niet meer voor te stellen hoe de wereld zonder internet zou zijn.

Grote verandering
Interactief internet en sociale media hebben de communicatie tussen mensen in sneltreinvaart veranderd. Wilde je vijftien jaar geleden een nieuwe wasmachine kopen, dan las je vooral folders of een consumententijdschrift, je vroeg tips aan vrienden en familie en je ging een aantal winkels langs. Nu start je op internet en bekijk je zowel de productinformatie als ook het actuele aanbod. Via vergelijkingssites ben je via een paar muisklikken op de hoogte van producteigenschappen, de prijzen die diverse aanbieders vragen als ook de mening van tal van consumenten die al over zo’n wasmachine beschikken. Ben je twitteraar dan kun je ook nog een tweet uitsturen Wie kent de beste wasmachine voor veelvuldig gebruik en onder de 600,00 #durftevragen. Geeft vaak veel bruikbare tips!

Ook in de medische wereld verovert internet steeds meer terrein. Onderzoeken wijzen uit dat internettherapie zeer effectief kan zijn en gezondheidstests via internet zijn altijd populair. Stoppen met roken, gewicht verliezen, leren hoe je je depressie te lijf moet gaan of alleen maar kijken of je een gezonde leefstijl hebt, het wordt  allemaal via internet aangeboden, meestal ook volledig anoniem als je dat wilt. Juist deze laagdrempeligheid zorgt ervoor dat veel mensen eindelijk de stap wagen om aan zichzelf te werken. Ook sites die lotgenoten bij elkaar brengen betekenen veel: ervaringen delen, tips horen of zo maar even tegen iemand ‘aankletsen’ op een forum zorgen voor erkenning en verbondenheid. Steeds meer ziekenhuizen en artsen bieden een vorm van behandeling of ondersteuning aan via internet en sociale media. Facebook om jongeren in een ziekenhuis bij elkaar te brengen, chatten met een arts, een controle via Skype met videoverbinding, fysiotherapie met oefeninstructies via Youtube; de voorbeelden van dergelijke toepassingen worden steeds talrijker.

Sociale media
Marktonderzoek laat zien dat zo’n 2,6 miljoen Nederlanders te vinden zijn op LinkedIn (en hebben er samen 50.000 discussiegroepen) en ca 500.000 Nederlanders twitteren. Nederland is koploper op het gebied van Twitter en LinkedIn wat betreft het percentage van alle internetters dat er gebruik van maakt. In Nederland gebruikt 26,1% van de internetgebruikers LinkedIn en 26,8% gebruikt Twitter. Van Facebook wordt relatief gezien in Nederland juist minder gebruik gemaakt dan in het buitenland. 64% van de internetgebruikers gebruikt Hyves tegen 54,8% die op Facebook te vinden zijn. Het aantal mensen met een Facebook-account stijgt echter sterk, terwijl het gebruik van Hyves ietsje daalt.

Waarom is dit belangrijk? Het laat zien dat de communicatie met mensen steeds vaker (ook) online wordt gevoerd. Mensen vinden elkaar op sociale sites en delen ervaringen, stellen vragen, vormen meningen over de wereld om hen heen. Ook organiseren ze zich als ze iets willen bereiken, of dat nu een zo goedkoop mogelijke flatscreen-TV is, een collectieve afname van stroom of de omwenteling van een regime!

Het is inmiddels zo klaar als een klontje dat traditionele informatiebronnen erg op de achtergrond zijn geduwd en de gebruikelijke communicatiemiddelen werken vaak niet meer. Zo worden kranten amper nog gelezen door jongeren, TV-kijken doen velen bij voorkeur via www.uitzendinggemist.nl en het ergert de meesten behoorlijk als ze niet via internet contact kunnen leggen met een organisatie of bedrijf. Internet en sociale media zijn verreweg de belangrijkste communicatiemiddelen geworden. Contact maken via internet betekent je wereld groter maken. Op een laagdrempelige manier contacten opdoen en onderhouden die nuttig en leuk zijn!

Ontmoeten, delen en verbinden
In de dagelijkse werkpraktijk draait het ook vaak om contacten leggen en onderhouden met alle stakeholders. De vraag is dus al lang niet meer óf we via internet en vooral ook sociale media in contact moeten gaan met relaties en doelgroepen, maar op welke wijze we dat het beste gaan doen. Om contact te hebben moet je zijn waar je doelgroepen en relaties ook zijn. En die bevinden zich steeds meer op internet. Ze bevinden zich op verschillende sites, zijn georganiseerd in diverse community’s en onderhouden contact met anderen in allerlei verschillende netwerken. En dus moet je bekijken waar dat is (op welke sites), welke sociale media ze gebruiken en daarbij aansluiten. Zo kun je een verbinding tot stand  brengen en die onderhouden. Informatie delen, ingaan op vragen en advies aanbieden, maar ook verwijzen naar informatie elders en service verlenen via digitale toepassingen (via Youtube, Slideshare of Prezi), dat is waar het om draait. Actief zijn in de verschillende netwerken en meegaan in het wederzijds beïnvloeden van elkaar.

De mogelijkheden om effectief te werken met sociale media zijn legio. Natuurlijk, het kost wat tijd en energie om er in thuis te raken. Beetje bij beetje verdien je deze investering wel terug door meer contacten, een betere aansluiting bij je doelgroep en een hoop plezier en inspiratie. Online netwerken betekent nieuwe mensen leren kennen, vakgenoten uit het hele land (en daarbuiten) kunnen raadplegen en tips krijgen van je favoriete kennisgoeroe.

Aan de slag
Beginnen is eenvoudig. Eerst wat rondneuzen op internet, via Google informatie opzoeken en je verdiepen in enkele laagdrempelige sociale media zoals Twitter, Facebook en LinkedIn. Kijken welke blogs en fora er zijn binnen jouw werk- en interessegebied. Kijk hoe een ander in je beroepsgroep z’n LinkedInprofiel heeft gevuld, bij welke interessegroepen anderen zich hebben aangesloten en waar de discussies over gaan. Maak een Twitteraccount aan (kan zelfs aanvankelijk een niet herkenbaar account) en volg eens wat mensen (je vindt ze door gericht te zoeken). En ga dan meedoen met de discussies. Zo ontdek je al doende waar het om gaat en wat je er mee kunt.
Voor organisaties en bedrijven geldt, denk goed na wat je er mee wilt, hoe past het in de communicatiestrategie, wat zijn je doelstellingen en met welke relatiegroepen wil je vooral online een band opbouwen (focus). Hoe ga je het implementeren in de organisatie om betrokkenheid van medewerkers te krijgen (zij zijn een belangrijke verbinding naar buiten!)  en continuïteit in de online contacten te borgen.

Een paar aardige artikelen over dit onderwerp (zonder anderen tekort te doen – wellicht vul ik dit lijstje komende week nog wat aan):

Artikel over boek van Menno Lanting ‘Iedereen CEO‘ – geplaatst op de site Frankwatching waar veel info over internetgebruik en sociale media te vinden is

Tien tools voor gebruik van sociale media

Facebookstrategie of twitterstrategie

Weblog over sociale media

Het bouwen van social community’s, ook intern

Boekje lezen over sociale media? Ik vond ‘Get social’ van Jeannet Bathoorn  (ca 16 euro) erg leuk en toegankelijk. Je leest het in twee avonden uit en bent dan een hoop wijzer! Maar ook ‘De kleine Twitter voor dummies’ is leuk (ca 8 euro).


Een reactie plaatsen

Interne communicatie anno 2011

De gemiddelde organisatie zal anno 2011 nog niet bol staan van intern hyvende, twitterende en bloggende medewerkers. Nog steeds zijn de supercommunicatieve community’s over het algemeen voorbehouden aan vooruitstrevende, vaak commerciële en zeer innovatieve werkomgevingen. Dat neemt niet weg dat in rap tempo binnen organisaties de behoefte ontstaat aan communicatietools die mensen in hun privéleven al steeds meer gewend zijn. Dat betekent interactieve vormen van contact, meer gelijkwaardigheid in de communicatie en toegankelijke (bedrijfs)informatie voor iedereen en op elk gewenst moment.

Hoog tijd dus om de interne communicatie te herijken. Al was het alleen al omdat de gemiddelde medewerker zelden tevreden is over de interne communicatie. En daarbij vaak niet beseft dat hij zelf een rol kan spelen in het succes. De meest gehoorde problemen in de interne communicatie zijn:
– Medewerkers zijn van mening niet goed geïnformeerd te worden;
– Medewerkers zijn niet goed geïnformeerd;
– Medewerkers ervaren een overload aan informatie;
– Medewerkers raadplegen niet de beschikbare digitale informatie;
– Het e-mailverkeer loopt de spuigaten uit (naar mening van veel ontvangers);
– Medewerkers weten niet waar ze informatie kunnen vinden.
De oplossing zit niet in het opnieuw uitleggen hoe de lijnen werken maar in het opnieuw uitvinden van een communicatiestructuur die tegemoet komt aan de communicatiebehoefte van organisatie en medewerkers.

Drie pijlers
Anno 2011 zou de interne communicatie mijns inziens op drie pijlers kunnen berusten:

  1. Alle voor medewerkers relevante c.q. noodzakelijke informatie + documenten zijn digitaal beschikbaar en gemakkelijk te vinden;
  2. Er zijn voldoende ontmoetingen (gesprek, dialoog, overleg) om informatie te delen, betekenis te geven aan situaties en gezamenlijk meningen te vormen;
  3. Er zijn voldoende online tools om elkaar te informeren, samen te werken, informatie te duiden en een mening te ventileren of samen te vormen.

Deze drie pijlers staan op een fundament, dat bestaat uit een communicatieve houding van alle medewerkers, kennis en kunde om deel te nemen aan het communicatieproces gebruik makend van verschillende communicatietools en het gezamenlijk willen bijdragen aan een gezonde toekomst voor de organisatie. Met een dergelijke interne communicatiestructuur stimuleer je functionele interne verbindingen en samenwerking, voorzie je medewerkers van voor hun relevante informatie en documenten en bevorder je het transparant maken van de organisatie.

1. Digitale informatie
Digitalisering van alle informatie betekent méér dan het plaatsen van regelingen, nieuws en andere informatie op een intranet. Het houdt een totale omslag in werkprocessen in. Het afzweren van inhoud op papier en het omarmen van content in een digitale omgeving. Geen (speciaal hiervoor vormgegeven) informatie plaatsen op een intranet, maar het digitaal ontsluiten van de in de organisatie aanwezige informatie. Via digitale weg mogelijk maken dat medewerkers informatie raadplegen, informatie beschikbaar stellen, efficiënt kunnen samenwerken, actueel nieuws kunnen lezen en alles wat ze nodig hebben in hun dagelijks werk gemakkelijk kunnen opvragen. Kortom, alles wat relevant is voor de medewerker is digitaal beschikbaar.

2. Ontmoetingen
De organisatie creëert voldoende ontmoetingen om informatie te kunnen duiden, meningen te kunnen vormen, meningen te delen en interne relaties te onderhouden. Het gaat dan om functionele ontmoetingen op diverse niveaus met verschillende doelstellingen. En dat betekent niet automatisch méér overleg organiseren, maar zorgen voor ontmoetingen die werkelijk bijdragen aan het doel. Dus persoonlijk overleg, dialoog, discussie of themabijeenkomsten waarbij het duiden van informatie of meningsvorming belangrijk is of waar input van medewerkers is gevraagd rond relevante thema’s.

3. Online tools
Ook online interactie vervult een rol bij duiding, het delen van informatie en opinies en bij meningsvorming. Denk dan aan blogs van directie en/of medewerkers, fora waar onderwerpen worden besproken, de mogelijkheid te reageren op nieuwsberichten, communicatie via Twitter/Yammer, het downloaden van persoonlijke (dynamisch gegenereerde) informatie, etc.

Verandering
In sommige gevallen betekent het overstappen naar een meer digitale omgeving een grote verandering voor medewerkers, zoals ook in mijn organisatie. De informatie zal toegankelijk worden aangeboden, maar de medewerker moet het wel zelf halen. Een goed doordacht, gefaseerd invoeringsplan met heldere communicatie is zeer belangrijk om deze omslag goed te laten verlopen. Een ding is zeker, de communicatie tussen mensen is door de vergaande digitalisering en de doorbraak van sociale media definitief veranderd en organisaties moeten daarin meegaan.

Een leuk artikel over digitalisering en de veranderingen in de communicatie is van Luc de Ruijter, hij schreef ook het boek ‘Digitale interne communicatie 1 1/2’ dat erg inspireert om aan de slag te gaan! Een ander artikel van hem gaat in op de digitale communicatie 2 1/2.


Een reactie plaatsen

Ik zie, ik zie… even kijken in de glazen bol

Vanmiddag stelde iemand de vraag wat de trends voor 2011 zouden worden op het  gebied van interne communicatie. Kijk, dat vind ik nu leuk, zo’n vraag. Dan pak ik graag de glazen bol erbij op zoek naar een kijkje in de toekomst. Hoe gaat het jaar 2011 de communicatieve boeken in? Gaan we intern ook massaal bloggen, twitteren, onze mening via fora ventileren of blijft de koffiemachine, kopieerapparaat en de receptie ‘the place to be’ om nieuws te delen?

Het hangt natuurlijk erg af van het type organisatie waar je werkt hoe de trends in communicatieland worden vertaald naar de interne situatie. In veel bedrijfstakken en organisaties loopt de interne ontwikkeling iets achter op ‘buiten’. Waar we privé de nieuwste laptops en mobieltjes aanschaffen hebben we binnen onze organisatie natuurlijk te maken met meerjarig ICT-beleid. Bovendien zijn niet alle medewerkers in gelijke mate gecharmeerd van blogs, fora en blackberry’s om te twitteren. Maar in algemene zin kun je natuurlijk wel parallellen trekken met de communicatie ‘buitengaats’.  Ik denk dat de gelijkwaardigheid in de communicatie nog verder gaat toenemen,  er is steeds meer sprake van een non-hiërarchie in communicatie. Men wil (online) kunnen communiceren met iedereen, tot de top van de organisatie aan toe. De mens achter de werknemer wordt belangrijker, we willen weten met wie we intern zaken doen, wat die persoon kan, weet en doet. De medewerker van morgen verwacht of eist zelfs maximale transparantie, wil mee kunnen praten en een mening geven over actuele ontwikkelingen of veranderingen die het management wil doorvoeren.

De behoefte aan een intern platform voor dialoog, voor samenwerken en kennis delen wordt nog belangrijker en dat gaat verder dan het inmiddels vrijwel standaard intranet. Je moet dan denken aan een dynamische kennisbank, aan blogs van medewerkers, fora rondom thema’s, projecten, nieuwe initiatieven, aan communicatie via Yammer (intern Twitter) en online dialogen. Daarnaast, om als organisatie in te kunnen spelen op de dynamiek in de externe omgeving (afstemmen beleid) moeten we continu in verbinding staan met die buitenwereld. De daar verkregen informatie moet vervolgens intern teruggekoppeld worden, via de meest efficiënte en effectieve weg. Ook hiervoor gaan we steeds vaker nieuwe, snelle communicatievormen gebruiken (bijvoorbeeld Twitter).

Maar voor alles moeten interne instrumenten natuurlijk passen bij je medewerkers. En omdat de mate waarin nieuwe vormen en instrumenten worden geadopteerd in veel organisaties erg uiteen loopt, is het handig om meerdere wegen te bewandelen. Ik denk dat het een functionele mix moet worden van gestructureerd (online)  informatie beschikbaar stellen om transparantie te bieden en informatie te duiden, zowel schriftelijk/digitaal als vooral ook in persoonlijk contacten (dialoog, overleg, toegankelijkheid leidinggevenden). En daarnaast kun je op allerlei manieren tools aanreiken om, dwars door de organisatie heen, met elkaar de informatie/gebeurtenissen/veranderingen van betekenis te voorzien. Daarbij hoort ook het stimuleren van de vorming van allerlei community’s en netwerken rondom onderwerpen, projecten, interessegebieden. Je moet je daarbij natuurlijk realiseren dat de inzet en succes van instrumenten in hoge mate afhankelijk is van de communicatiebehoefte en -gedrag van de medewerkers, van het communicatieklimaat in de organisatie. Daarbij is kennis, kunde en motivatie natuurlijk ook essentieel; daar moet je gericht aandacht aan besteden.

Ik vind het erg boeiend wat er momenteel aan de gang is, met alle nieuwe vormen van communicatie (o.m. social media, diverse dialoogvormen). Leuk om uit te zoeken wat voor de eigen organisatie de beste mix zal zijn. Daarnaast ben ik ook realistisch, de koffieautomaat zal altijd belangrijk blijven en moeten we dus koesteren. Praatjes daar (en bij het kopieerapparaat en in kantines) dragen ook in grote mate bij aan beter begrip van elkaar en aan betekenisgeving van alles dat er speelt!


Een reactie plaatsen

Hoe participeren we online?

Met z’n allen nemen we steeds vaker op de een of andere manier deel aan online netwerken. We lezen fora en blogs, schrijven een reactie op een artikel, mailen een vraag na het lezen van een website of volgen personen en organisaties via Twitter. Online communicatie wordt steeds belangrijker en de mening van anderen, die we vaak helemaal niet kennen, beïnvloedt ons sterker dan informatie via ‘officiële’ kanalen. Voor marketeers en communicators is het interessant om uit te zoeken hoe die beïnvloeding plaatsvindt. Een poosje geleden las ik een leuk artikeltje daarover, op de site Communicatie-online. Hierbij beknopt wat interessante informatie daaruit.

Om achter het ‘geheim’ van online-communety’s te komen worden allerlei onderzoeken uitgevoerd. Yahoo heeft becijferd dat van de 100 gebruikers er  1 is die content creëert; gemiddeld 9 anderen reageren daar op, zodat er rondom een onderwerp  10 personen actief zijn. De 90 anderen lezen mee en vormen hun mening op basis van wat deze 10 beschrijven.

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Forrester heeft de groep onliners onderverdeeld in:
– Creators (creëren en publiceren content via websites en blogs)
– Criticis (reageren en discussiëren met elkaar, voegen informatie toe en geven hun mening weer)
– Collectors (lezen actief, volgen interessante blogs, delen de informatie die ze er vinden met hun omgeving)
– Couch potatoes (lezen blogs, kijken video’s, interpreteren en gebruiken de informatie)
De laatste groep is het grootst en wordt ook wel nog iets verder onderverdeeld in Joiners, Spectators en Inactives, waarbij met name de ‘meedoeners’  en ‘volgers’ (lezen, kijken en doen soms mee aan discussies) interessant zijn voor organisaties en bedrijven.

Volgens Forrester ben je een ‘creator’  of ‘critic’ wanneer je minimaal 1 keer per maand content toevoegt aan website of blog of reageert op informatie van anderen.  Dat ben je dus eigenlijk al snel! Er is ook onderzocht hoe de Nederlandse consument in te delen is. Volgens Forrester behoort 17% van de Nederlanders tot de ‘creators’ (EU = 10%); zo’n 17% tot de ‘critics’ (19%), 26% tot de ‘joiners’ (13%) en 41% tot de ‘spectators’ (40%). Tot slot is 4% inactief in social media (maar bezoekt wel internetpagina’s), tegenover 53% in de EU. Als geheel zit Nederland hoog in de ladder omdat er vrij veel creators, critics en joiners zijn. Er wordt dus veel met elkaar online gedeeld.

Er zijn dus verschillende soorten participanten binnen de online media. Er zijn er doorgaans maar enkelen die reageren, de meesten lezen mee. Wil je met alle groepen communiceren, moet je dus ieder op z’n eigen niveau aanspreken.
Achtereenvolgens is dat:
– Lezen
– Laten beoordelen (punten toekennen bijvoorbeeld)
– De mogelijkheid bieden een reactie achter te laten
– Faciliteren dat de lezer een bijpassende foto/video plaatst
– Iemand bijpassende tips/gebruiksaanwijzing laten plaatsen
– Suggesties voor verbetering laten doen.
Op deze wijze kan iedereen op z’n eigen niveau deelnemen. Vaak zie je dat mensen ‘opschuiven’ op deze ladder en steeds actiever worden.

Bron: Artikel van J. Muis op De communicatiedesk (onderdeel van de site communicatie-online)


Een reactie plaatsen

Generatie Einstein: sneller, slimmer en socialer

Vrijdagochtend, heerlijk weer en een kleine boekverkoping voor een goed doel hier in de buurt. Een ideale combinatie om eens even te gaan snuffelen. En ik heb (alweer) geluk! Ik stuit op een aardig boekje: Generatie Einstein; slimmer, sneller en socialer. De titel spreekt me wel aan, de voorkant is leuk en het boek ziet er als nieuw uit. Voor een speurder naar goede 2e hands boeken dus minimaal de moeite waard om met extra interesse naar te kijken Wink. Het boek gaat over communiceren met jongeren van de 21ste eeuw. Wat dat nu met Einstein te maken heeft…?

Dat blijkt al snel als ik ’s avonds aan het lezen sla. Volgens de schrijvers dacht Einstein wezenlijk anders dan z’n voorgangers. Niet puur wetenschappelijk, lineair en rationeel, maar creatief en multi-disciplinair. Zo ook de nieuwe generatie, de jongeren die grofweg geboren zijn vanaf 1990. Het boek laat duidelijk de verschillen zien met de babyboomers en de generatie X. Slik, zelf behorend tot de generatie X is de herkenning groot! Maar wat een leuk en interessant boek, leest met vaart en geeft inzichten en tips. Zo lees ik onder meer dat jongeren niet zo zeer eigen kanalen hebben, maar vooral de nieuwe kanalen (die voor iedereen toegankelijk zijn) op geheel nieuwe wijze benutten. Ze zijn op zoek naar verbondenheid en willen informatie en inzichten toetsten aan die van anderen. Ze hechten enorm aan authenticiteit en laten nep en namaak voor wat het is. Liever goede informatie dus, dan overtuigende verhalen waar ze zo doorheen prikken.

Ook verrassend vind ik dat uit onderzoek gebleken is dat de jongere helemaal niet zo global gericht is dan vaak wordt gezegd. Integendeel, hij hecht erg aan de regio en zijn naaste omgeving. Gaat graag en veel om met vrienden en familie (mening van pa en ma is belangrijk, in tegenstelling tot de opvatting van de generatie X!), luistert naar regionale radio- en TV-zenders en leest alleen een regionale krant of weekblad, naast de overal gratis verkrijgbare en populaire METRO. Het wereldnieuws en opinies daarover vindt ie verder wel op internet. Jongeren zijn echte informatiemonsters, ze ervaren nauwelijks overload maar zijn goed in schiften van informatie. [Hoewel recent onderzoek uitwijst dat er ook zoiets als infobesitas is ontstaan].

Jongeren zijn van nature nieuwsgierig. En deze nieuwsgierigheid voert een jongere naar  voor hem interessant nieuws of informatie.  En dan ook alleen dat. Interesseert iets hem niet, zapt hij weg. Nieuwsgierigheid maakt dat een jongere leest, onthoudt en deelt met anderen. Jongeren zijn collectief ingesteld en hechten grote waarde aan de sociale context en de mening van de groep. Ze vinden het prima dat er reclame wordt gemaakt, als maar duidelijk blijft dat het reclame is. En dus geen objectieve informatie. Van een mix hiervan gruwelen ze en haken dan onverbiddelijk af.

Meer weten? Lees het boek!